Terug naar overzicht
Marijke van Veenen Marijke van Veenen
± min

Chrysler moet letselschadevergoeding van 138 miljoen betalen

Een slordige 138 miljoen euro. Dat is het bedrag dat autofabrikant Chrysler moet betalen aan letselschadevergoeding naar aanleiding van een ernstig ongeluk waarbij een 4-jarig jongetje omkwam.

Remi Walden (4) uit Georgia liep 3 jaar geleden ernstige letselschade toen de auto waarin hij zat in vlammen opging. De auto die van zijn tante was, werd van achteren aangereden door een pick-uptruck. Volgens de jury toonde Chrysler ernstige veronachtzaming voor menselijk leven door een Jeep uit 1999 te verkopen met daarin een benzinetank achter de achteras. Door de aanrijding is de tank gaan lekken waarna de Jeep vlam vatte.

Voor 99 procent schuldig
De jury achtte Chrysler voor 99 procent schuldig aan het ongeluk en de bestuurder van de pick-up voor 1 procent. De autofabrikant had de familie moeten waarschuwen voor de gevaren (en kansen op ernstige letselschade in geval van een ongeluk) van het rijden met de Jeep. Tanks achter de achteras hebben immers weinig bescherming in geval van botsing aan de achterkant. Hierdoor zijn deze auto’s gevoelig voor gaatjes en brand. Chrysler ging bijna twee jaar geleden akkoord met het terugroepen van oudere Jeeps met dergelijke tanks.

Eerdere letselschadevergoedingen
De letselschadevergoeding van 138 miljoen euro (150 miljoen dollar) is een zeer hoog bedrag. Echter, in het verleden zijn volgens persbureau AP hogere letselschadevergoedingen uitgekeerd. Zo moest General Motors in 1999 4,9 miljard dollar betalen, nadat een Chevrolet Malibu in vlammen opging nadat deze van achteren was geraakt. Vier kinderen op de achterbank liepen hierbij ernstige letselschade op. Uiteindelijk werd het bedrag dat General Motors moest betalen na beroep verlaagd tot 1,2 miljard dollar.

Hoger beroep
Chrysler is teleurgesteld over het oordeel, overweegt hoger beroep. Volgens de autofabrikant heeft de jury data uit het drie jaar durende onderzoek niet meegenomen waaruit onder andere blijkt dat de auto waarin Walden zat niet voor een ‘onredelijk risico’ voor de veiligheid zorgde.