Terug naar overzicht
Marijke van Veenen Marijke van Veenen
± min

Eénogigenverzekering - Smartengeldvergoeding bij gemis linker oog na mishandeling

Rechtspraak.nl - 01-10-2009.

Het gaat in deze procedure om het vaststellen van smartengeld van een persoon en in het bijzonder de aard en ernst van het letsel bij het verlies van één oog

4.12. Een eventueel toekomstig verlies van het tweede oog zal voor [geïntimeerde] ernstiger gevolgen hebben dan in de situatie dat hij niet als gevolg van het bedrijfsongeval zijn eerste oog had verloren. In die zin zullen de gevolgen van het eventueel verlies van het tweede oog mede hun oorzaak vinden in het eerder als gevolg van het bedrijfsongeval verliezen van de functie van het eerste oog. Er is sprake van een onzeker voorval waardoor deze schade op dit moment nog niet voor [geïntimeerde] is ingetreden. [appellante] heeft evenwel niet bestreden dat in het geval van verlies van de functie van één van beide ogen het afsluiten van een éénogigenverzekering voor de gevolgen van het mogelijk verlies van functie van het tweede oog algemeen gebruikelijk is, zodat ook het hof daarvan uitgaat.

De noodzaak tot het afsluiten van een dergelijke verzekering kan als ongevalsgevolg worden aangemerkt. De premie voor deze verzekering kan daarmee in beginsel als schadevergoeding worden toegewezen. [geïntimeerde] heeft een dergelijke verzekering evenwel nog immer niet afgesloten, naar hij stelt niet als gevolg van zijn onwil daartoe maar omdat hem de financiële middelen daarvoor ontbreken. [appellante] heeft zich tegen toewijzing van de gevorderde vergoeding van de premie voor een dergelijke verzekering verzet omdat er geen aanwijzing is dat [geïntimeerde] daadwerkelijk van plan is deze verzekering af te sluiten; daarnaast acht [appellante] de overgelegde offerte onvoldoende om de verschuldigde premie te kunnen vaststellen.

Het hof oordeelt dat het treffen van een financiële voorziening in de vorm van het tegen betaling van een eenmalige koopsom verkrijgen van een aanspraak op rente bij verlies van het tweede oog als schadevergoeding toewijsbaar is waarbij kan worden geabstraheerd van de vraag of [geïntimeerde] met die koopsom een verzekering afsluit dan wel deze koopsom reserveert. Wel bestaat de mogelijkheid dat de koopsom inmiddels - gelet op de sedert het afgeven van de offerte verstreken termijn - lager is, reden waarom het hof [geïntimeerde] in de gelegenheid zal stellen een nieuwe offerte in het geding te brengen.