Terug naar overzicht
Marijke van Veenen Marijke van Veenen
± min

Het wetsvoorstel tot wijziging van artikel 7:942 BW

De minister heeft de gelegenheid van het wetsvoorstel deelgeschilprocedure voor letsel- en overlijdensschade te baat genomen om een artikel te wijzigen dat met de deelgeschilprocedure op zichzelf weinig te maken heeft, te weten de bepaling die de verjaring van de rechtsvordering tegen de verzekeraar tot het doen van uitkering regelt. Het betreft artikel 7:942 BW.
De regel was, en zal ook in de toekomst zijn, dat de rechtsvordering tegen de verzekeraar verjaart, drie jaar nadat de tot uitkering gerechtigde met de opeisbaarheid daarvan bekend is geworden (art. 7:942 lid 1). De wijziging waarin het wetsvoorstel voorziet, heeft betrekking op de wijze van stuiten en de gevolgen van stuiting van de rechtsvordering tegen de verzekeraar uit hoofde van een aansprakelijkheidsverzekering. Het oude artikel 7:942 lid 2 bepaalde dat de verjaring wordt gestuit door een schriftelijke mededeling, waarbij op uitkering aanspraak wordt gemaakt. Een nieuwe termijn begon te lopen, óf door erkenning van de aanspraak, óf door ondubbelzinnige afwijzing bij aangetekende brief. De termijn die na erkenning begon te lopen bedroeg, gegeven lid 1, drie jaar. Dat is geen opvallende termijn. Wél opvallend is de termijn die ging lopen na afwijzing door de verzekeraar. Die bedroeg krachtens lid 3 slechts zes maanden.
De minister vindt die termijn van zes maanden bij nader inzien voor aansprakelijkheidsverzekeringen te kort. Hij constateert dat de afwikkeling van schadeclaims vaak veel tijd in beslag neemt en dat daaraan veelal langdurige onderhandelingen vooraf gaan. Om die reden wordt in het wetsvoorstel aan artikel 7:942 een vierde lid toegevoegd, dat bepaalt dat in geval van aansprakelijkheidsverzekeringen iedere onderhandeling tussen de verzekeraar en de tot uitkering gerechtigde de verjaring stuit. Een nieuwe termijn van drie jaar begint te lopen, óf door erkenning van aansprakelijkheid, óf doordat de verzekeraar bij aangetekende brief ondubbelzinnig te kennen geeft dat hij de onderhandelingen afbreekt.
In dit artikel wordt op een aantal aspecten van de nieuwe regeling ingegaan.