Terug naar overzicht
Marijke van Veenen Marijke van Veenen
± min

Smartengeld / Nederlandse rechters zijn zuinig

Bron Trouw - 23 juni 2006

Een been verliezen, een oog kwijtraken of whiplash: in Nederland valt voor het slachtoffer veel minder te verhalen op de dader dan in andere landen. Rechters zijn zuinig.

Een Italiaan die een oog kwijtraakt bij een ongeluk kan rekenen op 80.000 euro smartengeld, een Duitser krijgt 60.000 euro. Een Nederlands oog is 22.000 euro waard.

Grote verschillen in smartengeld bedragen

Volgens smartengeld-expert Siewerd Lindenbergh is er geen verklaring voor de grote verschillen in de bedragen die slachtoffers krijgen in Nederland en in andere Europese landen. Smartengeld is het bedrag dat de rechter vaststelt voor immateriële schade. Het moet worden betaald door degene die door het slachtoffer aansprakelijk is gesteld of diens verzekeraar. Daarnaast is er ook de materiële schade die verhaald kan worden.

Lindenbergh, hoogleraar privaatrecht in Rotterdam, vindt de grote verschillen in ’een eenwordend Europa niet te rechtvaardigen’. „Het verlies van een been doet overal in Europa evenveel pijn”, schrijft hij in de jongste editie van ’Smartengeld’.

In dit naslagwerk van het blad Verkeersrecht en de ANWB, dat om de drie jaar verschijnt, wordt bijgehouden welke bedragen door Nederlandse rechters worden toegekend aan slachtoffers van ongelukken, mishandeling, verkrachting, arbeidsconflicten, laster, onterechte hechtenis en stalking.

Hoogte van smartengeld vergoedingen

De hoogte van de vergoedingen stagneert. Het hoogste bedrag dat ooit in Nederland werd toegewezen dateert uit 1991. Een man kreeg 300.000 gulden (136.000 euro) smartengeld nadat hij in het AMC in Amsterdam een hiv-besmetting opliep doordat er een vuile injectienaald was gebruikt. Verwacht werd dat de smartengeldbedragen in Nederland na dit geval flink zouden stijgen, maar die verwachting kwam niet uit, stelt Lindenbergh vast.

Een smartengeld van 136.000 euro in 1991 zou naar de huidige prijspeil 192.000 zijn. Maar volgens de samenstelster van het naslagwerk, Marijke Jansen, valt op dat rechters in hun beslissingen bij vergelijkbare letsels vaak oude bedragen hanteren en geen indexering toepassen.

Het smartengeldboek wordt, zo blijkt uit de beslissingen door rechters, veelal als uitgangsnorm gehanteerd. Volgens Lindenbergh heeft dat als voordeel dat er in alle arrondissementen naar billijkheid wordt geoordeeld. Zo wordt ook rechtsongelijkheid vermeden. „Maar het kan ook leiden tot verstarring, doordat de rechter zich in individuele zaken geen rekenschap hoeft te geven in de ontwikkeling van de waardering van letsels.”

De Hoge Raad geeft aan Nederlandse rechters een grote vrijheid bij het toekennen van smartengeldbedragen, maar vindt ook dat rechters zich niet al te veel hoeven aan te trekken van de praktijk in het buitenland. In 1992 oordeelde de Hoge Raad dat ’de ontwikkelingen in andere landen niet beslissend hoeven te zijn voor de in Nederland toe te kennen bedragen’.

Lindenbergh vergeleek de smartengeldpraktijk in twaalf Europese landen met elkaar. Hij hield daarbij rekening met verschillen in de stelsels van sociale voorzieningen in die landen. „Een bevredigende rationele verklaring voor de grote verschillen heb ik niet kunnen vinden.”

In Duitsland zijn de smartengeldbedragen sinds 1999 verdubbeld. In andere landen is er in die zes jaar sprake van een flinke stijging.