Terug naar overzicht
Marijke van Veenen Marijke van Veenen
± min

Minder kans op letselschade door verbreden fietsstroken

Een fietsstrook moet 2 tot 2,5 meter breed zijn, met 1,7 m als absolute minimum. Past dat niet, dan kun je er beter van afzien of kiezen voor een fietsstraat. Dat is de conclusie van een eerste inventarisatie van CROW-Fietsberaad en adviesbureau Ligtermoet & Partners. De afmetingen die zij adviseren zouden de kans op ongelukken met (ernstige) lestelschade moeten verkleinen.

Fietsstroken zijn er in alle soorten en maten. Variërend van smalle reepjes asfalt van 50 cm breed tot brede rood gekleurde rijlopers van 2 meter of meer. In het eerste geval is er formeel eigenlijk geen sprake van fietsstrook, maar van een uitwijkstrook. En stroken van 1 tot 1,5 meter noemt men meestal uitwijkstroken. De fietser ziet het verschil niet en de bekende richtlijnen geven weinig houvast bij het kiezen van een variant. In de praktijk zie je dan ook de meest uiteenlopende uitvoeringsvormen. Dit was voor CROW-Fietsberaad en adviesbureau Ligtermoet & Partners reden om dieper in de materie te duiken. Voorlopig resultaat is een discussienota met voorstellen om meer duidelijkheid in de materie te scheppen.

Veilig naast elkaar fietsen
Concreet voorstel in de nota is om een fietsstrook – rood gekleurd – bij voorkeur 2 tot 2,5 meter breed te maken met 1,7 meter als absolute minimum. Fietsers kunnen zo ook veilig naast elkaar fietsen en inhalen, zodat de kans op een ongeval waarbij gemotoriseerde en ongemotoriseerde voertuigen betrokken zijn, afneemt.

Het voorstel geldt in ieder geval voor gebiedsontsluitingswegen waarbij men de keuze tussen 2 meter of 2,5 meter mede kan laten afhangen van de autointensiteit. Nieuw is de aanbeveling om daar tussen fietsstrook en rijstrook een tussenruimte aan te houden van 0,5 meter. De exacte vormgeving van de tussenruimte is nog punt van discussie. Gedacht wordt aan een doorgetrokken lijn aan beide zijden van de tussenruimte. Eventueel kan men afwijkende verharding toepassen.

Samen door de fietsstraat
Voor fietsstroken op zogenaamde grijze wegen of brede erftoegangsweg geldt een aanbevolen strookbreedte van 2 meter, weer met een absoluut minimum van 1,7 meter. Op wegen smaller dan 5,8 meter zou men fietsstroken achterwege moeten laten om eventueel te kiezen voor een fietsstraat waar fietsers en auto’s de weg samen gebruiken. Op erftoegangswegen buiten de bebouwde kom adviseert CROW-Fietsberaad het toepassen van stroken bij een rijbaanbreedte tussen 5,80 en 7,90 meter. En als een zogenaamde kantmarkering vanwege de verkeersveiligheid onvermijdelijk is, moet men die dicht tegen de rand leggen om de indruk te vermijden dat het om een smalle fietsstrook gaat.

340.00 gevallen van letselschade
Jaarlijks lopen 340.000 Nederlanders letsel op door fietsongevallen. Bij deze ongevallen zijn wielrenners, (recreatieve) fietsers, maar ook autobestuurders betrokken. Van deze 340.000 ongevallen overlijden er 200 mensen aan de gevolgen van het ongeval en letselschade. Vooral groepen wielrenners die met hoge snelheid op fietspaden de recreatieve fietser voorbij komen vormen een gevaar. Door smalle fietspaden en landwegen die met name in het voorjaar en de zomer overvol zijn met fietsers, kunnen gevaarlijke situaties ontstaan. Niet alleen wielrenners, maar ook de persoon die denkt in een hoog tempo te kunnen fietsen en hierdoor van links naar rechts over de weg gaat, levert een gevaarlijke situatie op. De laatste jaren vormt de oudere fietser met elektrische fiets een extra risico. E-bikers zijn soms iets sneller bij een afslag dan een automobilist had ingeschat. Ook hierdoor ontstaan jaarlijks veel ongevallen met lichte tot ernstige letselschade.