Terug naar overzicht
Marijke van Veenen Marijke van Veenen
± min

Twee keer zoveel wielrenners met letsel in het ziekenhuis

Het aantal behandelingen van gewonde wielrenners in ziekenhuizen is de afgelopen jaren meer dan verdubbeld. Ook de aard van het letsel is ernstiger geworden. Het gaat vooral om botbreuken, schouder- en hoofdblessures.

Volgens VeiligheidNL, dat onderzoek deed naar ongelukken met letsel onder fietsers, steeg het aantal botsingen tussen fietsers onderling met zo’n 40 procent. Het aantal botsingen tussen wielrenners onderling en tussen wielrenners en fietsers groeide nog sterker. Het aantal behandelingen op de spoedeisende hulp steeg in 2012 naar 4.200. Tussen 2007 en 2010 waren dat er jaarlijks rond de 2.000. De stijging is opvallend, omdat het aantal wielrenners gelijk bleef (1,5 miljoen). Ook gingen ze minder lang de weg op (van 250 naar 200 miljoen uur). Uit onderzoek van VeiligheidNL blijkt verder dat het letsel ernstiger is geworden. Het gaat vooral om botbreuken, schouder- en hoofdblessures. Wel daalde het aantal ongelukken waarbij fietsers botsten met een andere objecten zoals auto's en obstakels, licht.

Ernstiger letsel
Een mogelijke oorzaak is dat er de afgelopen jaren steeds meer normale fietsers bij gekomen zijn. Wielrenners geven aan dat de meeste ongelukken gebeuren op fietspaden. Mogelijk kan dat worden opgelost door infrastructurele maatregelen en een andere manier van met elkaar omgaan op de weg. Ook de onderzoekers denken dat de stijging komt door de steeds drukker wordende fietspaden. Daarnaast spelen onoplettendheid en inschattingsfouten van weggebruikers een belangrijke rol. Wielrenners erkennen in het onderzoek dat hun gedrag op de weg beter kan. In 52 procent van de betreffende (bijna)ongevallen was sprake van een onoplettendheid en bij 35 procent ging het om een inschattingsfout. Maar ze stellen ook dat de schuld van aanrijdingen met fietsers in de meeste gevallen (74 procent) bij de fietsers ligt.