Terug naar overzicht
Marijke van Veenen Marijke van Veenen
± min

Val van van steiger door uitzendkracht.

Rechtspraak.nl - 05-08-2009.

Geen rapportage Arbeidsinspectie. Schending zorgplicht aangenomen.

3.2 [eiser] legt het volgende aan zijn vordering ten grondslag.
Hij heeft werkzaamheden verricht op het dak van een sporthal op ongeveer 6 tot 10 meter hoogte. Hij gleed weg bij het uitrollen van asfaltrollen op het dak en heeft geprobeerd zich vast te houden aan een losstaande steiger of ladder die vervolgens wegschoof, waardoor hij van het dak viel. Hij is met meerdere fracturen buiten bewustzijn met de ambulance naar het ziekenhuis gebracht.

De arbeidsinspectie is niet ingeschakeld als gevolg waarvan geen ongevallenrapport is opgemaakt.

De komst van een ambulance - hetgeen voldoende aannemelijk is geworden door het overgelegde rapport van de ambulancedienst - bevestigt dit. Dat maakt dat hierdoor sprake is van een in artikel 9 van de Arbeidsomstandighedenwet bedoelde meldingsplicht (bij blijvend letsel of een ziekenhuisopname) aan de Arbeidsinspectie.

.8 De afwezigheid van een nadere rapportage van de arbeidsinspectie heeft tot gevolg dat er geen precieze toedracht bekend is. Op de werknemer aan wie een bedrijfsongeval is overkomen rust niet de stelplicht betreffende de precieze toedracht. Wanneer de precieze toedracht van het ongeval onduidelijk blijft, komt dat voor risico van de werkgever (Vergelijk Hof Leeuwarden, 14 mei 2008, LJN BD2318). Het enkele feit dat het bedrijfsongeval niet gemeld is bij de Arbeidsinspectie maakt een werkgever nog niet aansprakelijk (Vergelijk HR 10 januari 2002, JAR 2002, 44). Wel heeft dit als gevolg dat - nu geen precieze toedracht bekend is - de kantonrechter er voorshands van uit zal gaan dat de werknemer van grote hoogte is gevallen. Niet gesteld of gebleken is dat [eiser] is geïnstrueerd voor het werken op een dergelijke hoogte. Zowel [gedaagde 1] als [gedaagde 2] stellen immers dat zij zijn uitgegaan van werkzaamheden die plaatsvonden op een hoogte van twee meter en dat hij voor die werkzaamheden was geïnstrueerd. Dat niet voldoende is geïnstrueerd is verwijtbaar aan [gedaagde 1] als formele werkgever op grond van artikel 7:658 lid 1 jo. lid 2 BW alsmede verwijtbaar aan [gedaagde 2] als materiële werkgever op grond van artikel 7:658 lid 4 BW. De kantonrechter neemt daarbij in aanmerking dat [eiser] geen opgeleide dakdekker was en slechts een aantal jaren ervaring had. Het voorgaande maakt dat voorshands voldoende aannemelijk is dat sprake is van een schending van de zorgplicht van [gedaagde 1] en [gedaagde 2], als gevolg waarvan zij schadeplichtig zijn voor te lijden en geleden schade. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] zullen, nu aannemelijk is dat het bedrijfsongeval niet het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van [eiser], door de kantonrechter hoofdelijk worden veroordeeld tot betaling van een voorschot.

LJN: BJ3477,Sector kanton Rechtbank Utrecht , 633608 AV EXPL 09-91 RK