Wat is het verschil tussen risicoaansprakelijkheid en schuldaansprakelijkheid?
Na een ongeval is de belangrijkste juridische vraag vaak wie aansprakelijk is voor uw letselschade. Het verschil tussen risicoaansprakelijkheid en schuldaansprakelijkheid bepaalt welke feiten u moet aantonen om uw schade vergoed te krijgen. Bij schuldaansprakelijkheid moet vaststaan dat iemand een fout heeft gemaakt of onzorgvuldig heeft gehandeld. Bij risicoaansprakelijkheid kan iemand aansprakelijk zijn zonder zelf een fout te hebben gemaakt, bijvoorbeeld omdat diegene verantwoordelijk is voor een kind, dier, werknemer of gebrekkige opstal. De regels staan vooral in Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek. Voor slachtoffers is dit onderscheid belangrijk, omdat het invloed heeft op de bewijspositie, de verzekeraar die de schade behandelt en de kans op een volledige letselschadevergoeding.
Het artikel in het kort:
Bij schuldaansprakelijkheid is iemand aansprakelijk omdat hem of haar een verwijt kan worden gemaakt. Bij risicoaansprakelijkheid is eigen schuld van de aansprakelijke persoon niet noodzakelijk. De wet legt het risico dan bij een ouder, bezitter, werkgever of eigenaar. Schuldaansprakelijkheid is geregeld in artikel 6:162 BW. Voorbeelden van risicoaansprakelijkheid staan onder meer in de artikelen 6:169 BW, 6:170 BW, 6:174 BW en 6:179 BW. In beide situaties kunt u onder voorwaarden uw medische kosten, inkomensschade, hulp in huis en smartengeld verhalen. De precieze aansprakelijkheid hangt altijd af van de omstandigheden van het ongeval.
Het belangrijkste verschil tussen beide aansprakelijkheidsvormen
Het kernverschil is de vraag of een fout bewezen moet worden. Bij schuldaansprakelijkheid moet u aantonen dat de andere partij onrechtmatig handelde en dat deze fout tot uw schade heeft geleid. Bij risicoaansprakelijkheid wijst de wet een persoon of organisatie aan die aansprakelijk kan zijn voor schade, ook als deze zelf zorgvuldig handelde. De aansprakelijkheid rust dan op de risicoverdeling die de wetgever redelijk vindt.
Dit onderscheid heeft in een letselschadezaak directe gevolgen voor het bewijs:
• Bij schuldaansprakelijkheid zijn de gedraging, de normschending, het causaal verband en de schade van belang.
• Bij risicoaansprakelijkheid onderzoekt men vooral of de wettelijke regeling op de situatie van toepassing is.
• In beide gevallen kan de aansprakelijke partij stellen dat sprake is van eigen schuld aan uw kant op grond van artikel 6:101 BW.
• Een aansprakelijkheidsverzekering voor particulieren of een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering vergoedt de schade vaak namens de verzekerde, maar beoordeelt eerst de aansprakelijkheid.
Een aansprakelijkstelling bevat daarom bij voorkeur een duidelijke beschrijving van het ongeval, het letsel, de schadeposten en het juridische uitgangspunt. Foto’s, getuigenverklaringen, medische informatie en bonnetjes kunnen daarbij van belang zijn.
Schuldaansprakelijkheid volgens artikel 6:162 BW
Schuldaansprakelijkheid is meestal gebaseerd op artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek. Dit artikel gaat over de onrechtmatige daad. Iemand is aansprakelijk wanneer hij of zij een recht schendt, een wettelijke plicht overtreedt of handelt in strijd met wat volgens ongeschreven maatschappelijke normen zorgvuldig is. Daarnaast moet de daad aan die persoon kunnen worden toegerekend en moet er een verband bestaan tussen de fout en uw schade.
Een praktische toets bij schuldaansprakelijkheid bestaat uit vier onderdelen:
• Er is sprake van onrechtmatig handelen of nalaten, zoals gevaarlijk rijgedrag of onvoldoende toezicht.
• De fout kan aan de veroorzaker worden toegerekend.
• U heeft daadwerkelijk schade geleden, zoals verlies van inkomen of kosten voor fysiotherapie.
• De schade is een voorzienbaar gevolg van de fout en valt binnen het beschermingsdoel van de overtreden norm.
De rechter gebruikt bij gevaarzettende situaties vaak gezichtspunten uit het Kelderluik-arrest. Daarbij spelen onder meer de kans dat anderen niet opletten, de kans op een ongeval, de ernst van mogelijke gevolgen en de moeite van veiligheidsmaatregelen mee. Wie bijvoorbeeld een gladde winkelvloer niet afzet terwijl een waarschuwing eenvoudig mogelijk was, kan daardoor aansprakelijk zijn.
Letselschade? Meld het direct!
Voorbeelden van schuldaansprakelijkheid bij letselschade
Schuldaansprakelijkheid komt voor wanneer iemand door onoplettendheid, roekeloos gedrag of het nalaten van noodzakelijke maatregelen letsel veroorzaakt. Een automobilist die tijdens het rijden op een telefoon kijkt en vervolgens een fietser aanrijdt, kan aansprakelijk zijn wegens een verkeersovertreding en onzorgvuldig rijgedrag. Ook een winkelier die een gemorste vloeistof langdurig laat liggen zonder waarschuwing kan aansprakelijk zijn als een bezoeker daardoor valt.
Bij deze voorbeelden moet worden gekeken naar de concrete omstandigheden:
• Was de situatie gevaarlijk en had de veroorzaker dat kunnen weten?
• Waren eenvoudige maatregelen mogelijk, zoals een waarschuwingsbord, afzetting of betere verlichting?
• Heeft de fout uw letsel daadwerkelijk veroorzaakt?
• Heeft u zelf bijgedragen aan het ontstaan of de omvang van de schade?
Stel dat u door een losse stoeptegel valt en uw pols breekt. De gemeente is niet automatisch aansprakelijk. Relevant is onder meer hoe ernstig het gebrek was, hoelang het bestond, of er meldingen waren en of de gemeente redelijkerwijs tijd had om het probleem te herstellen. Juist bij schuldaansprakelijkheid maken deze feiten het verschil tussen een toegewezen en afgewezen claim.
Risicoaansprakelijkheid zonder eigen fout
Risicoaansprakelijkheid betekent dat de wet aansprakelijkheid kan opleggen zonder dat de aansprakelijke persoon zelf een fout heeft gemaakt. De gedachte hierachter is dat degene die voordeel heeft van een bepaalde situatie, zeggenschap heeft over een risico of daarvoor verantwoordelijk is, ook de schade van dat risico behoort te dragen. De benadeelde hoeft dan niet te bewijzen dat bijvoorbeeld een ouder, hondenbezitter of werkgever persoonlijk onzorgvuldig handelde.
Belangrijke wettelijke vormen van risicoaansprakelijkheid zijn:
- Artikel 6:169 BW voor ouders en voogden bij schade door kinderen.
- Artikel 6:170 BW voor werkgevers bij fouten van ondergeschikten.
- Artikel 6:174 BW voor bezitters van gebrekkige opstallen, zoals een ondeugdelijk balkon of los hekwerk.
- Artikel 6:179 BW voor de bezitter van een dier dat schade veroorzaakt.
Risicoaansprakelijkheid is niet altijd onbeperkt. De wet stelt voorwaarden en kent uitzonderingen. Bovendien kan eigen schuld van het slachtoffer leiden tot een lagere schadevergoeding. Ook kan het bewijs van de oorzaak van het ongeval nog steeds nodig zijn. Wanneer een hond u omverloopt, moet bijvoorbeeld aannemelijk zijn dat uw letsel door het gedrag van die hond is ontstaan.
Wat zijn voorbeelden van risicoaansprakelijkheid in de praktijk?
Een bekend voorbeeld is schade door een dier. Wanneer een hond onverwacht opspringt, iemand omverduwt en daardoor een schouderblessure ontstaat, is de bezitter van de hond in beginsel aansprakelijk op grond van artikel 6:179 BW. Het maakt daarbij meestal niet uit dat de bezitter de hond kort daarvoor aangelijnd had of niet verwachtte dat het dier zou reageren. De wettelijke aansprakelijkheid is gekoppeld aan het eigen gedrag van het dier.
Ook schade door kinderen kan onder risicoaansprakelijkheid vallen:
• Ouders of voogden zijn in beginsel aansprakelijk voor schade die een kind jonger dan 14 jaar veroorzaakt.
• Bij kinderen van 14 en 15 jaar gelden aanvullende regels over toezicht en verwijtbaarheid.
• Vanaf 16 jaar is een jongere in beginsel zelf aansprakelijk voor een eigen onrechtmatige daad.
• Een werkgever kan aansprakelijk zijn voor een fout van een werknemer die tijdens het werk is gemaakt, als aan de voorwaarden van artikel 6:170 BW is voldaan.
Bij een gebrekkige opstal kan de bezitter aansprakelijk zijn wanneer een gebouw of bouwwerk niet voldoet aan de eisen die daaraan in de gegeven omstandigheden mogen worden gesteld. Denk aan een loszittende trapleuning waardoor een bezoeker valt. De beoordeling vraagt altijd om onderzoek naar het gebrek, het gebruik van de opstal en de omstandigheden van het ongeval.
Aansprakelijkheid bij een bedrijfsongeval en verkeersongeval
Bij een bedrijfsongeval en verkeersongeval gelden vaak bijzondere aansprakelijkheidsregels. De aansprakelijkheid van een werkgever voor arbeidsongevallen is geregeld in artikel 7:658 BW. Dit is juridisch niet helemaal hetzelfde als risicoaansprakelijkheid, maar de werkgever heeft wel een zware zorgplicht. De werkgever moet aantonen dat hij voldoende veiligheidsmaatregelen, instructies en toezicht heeft geboden, tenzij sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer.
Bij verkeersschade kan artikel 185 van de Wegenverkeerswet een belangrijke rol spelen:
- De eigenaar of houder van een motorrijtuig kan aansprakelijk zijn voor schade aan een niet-gemotoriseerde verkeersdeelnemer, zoals een fietser of voetganger.
- Voor overmacht geldt een strenge maatstaf.
- Bij kinderen jonger dan 14 jaar geniet een fietser of voetganger in veel gevallen extra wettelijke bescherming.
- Bij een aanrijding tussen twee motorvoertuigen wordt de aansprakelijkheid doorgaans beoordeeld aan de hand van verkeersfouten en artikel 6:162 BW.
Na een bedrijfsongeval of verkeersongeval is het verstandig om bewijs zo snel mogelijk veilig te stellen. Denk aan een ongevalsrapport, foto’s van de locatie, gegevens van getuigen, medische informatie en correspondentie met de verzekeraar. Dit helpt om de aansprakelijkheid en de omvang van uw schade zorgvuldig te onderbouwen.
Welke schadevergoeding kunt u verhalen?
Wanneer aansprakelijkheid vaststaat, hoort een schadevergoeding u zoveel mogelijk te brengen in de financiële situatie waarin u zonder het ongeval zou hebben verkeerd. Bij letselschade gaat het niet alleen om direct betaalde zorgkosten. Ook toekomstige schade kan worden vergoed als deze voldoende aannemelijk is. De uiteindelijke hoogte van een letselschadevergoeding hangt af van uw klachten, herstelduur, werk, gezinssituatie, leeftijd en de gevolgen voor uw dagelijks leven.
Veelvoorkomende schadeposten zijn:
• medische kosten, eigen risico en kosten voor behandelingen;
• reiskosten naar artsen, therapeuten en het ziekenhuis;
• verlies van inkomen, gemiste toeslagen of gemiste pensioenopbouw;
• hulp in de huishouding, zelfwerkzaamheid en mantelzorg;
• schade aan een bril, telefoon, fiets, kleding of andere persoonlijke spullen;
• smartengeld voor pijn, verdriet en aantasting van uw levensvreugde;
• wettelijke rente over schade die later wordt betaald.
Een rekenvoorbeeld maakt duidelijk waarom een volledig overzicht belangrijk is. Iemand die acht maanden lang €450 netto inkomen per maand mist, heeft alleen al €3.600 inkomensschade. Komen daar €750 aan behandelkosten, €400 reiskosten en een bedrag aan smartengeld bij, dan loopt de totale claim verder op. Een voorschot kan passend zijn wanneer de aansprakelijkheid is erkend en u al noodzakelijke kosten heeft gemaakt.
Uw schade verhalen na risicoaansprakelijkheid of schuldaansprakelijkheid
De eerste stap bij het verhalen van letselschade is het vaststellen wie mogelijk aansprakelijk is en op welke wettelijke grondslag. Bij schuldaansprakelijkheid is een goede beschrijving van de fout essentieel. Bij risicoaansprakelijkheid moet duidelijk zijn welke persoon, organisatie, zaak of situatie onder de wettelijke regeling valt. U hoeft een aansprakelijkheidsvraag niet alleen op te lossen, zeker niet wanneer uw klachten uw werk, gezin of herstel beïnvloeden.
Een zorgvuldige aanpak bestaat meestal uit de volgende stappen:
• Meld het ongeval en leg de toedracht zo snel mogelijk schriftelijk vast.
• Verzamel foto’s, contactgegevens van getuigen, medische stukken en bewijs van uitgaven.
• Stel de aansprakelijke partij of diens verzekeraar schriftelijk aansprakelijk.
• Houd een overzicht bij van alle schadeposten, ook wanneer kosten klein lijken.
• Vraag na erkenning van aansprakelijkheid zo nodig om een voorschot op uw schadevergoeding.
Een letselschadejurist kan beoordelen welke aansprakelijkheidsvorm het beste past bij uw situatie en welke bewijsstukken nog nodig zijn. Bij een erkende aansprakelijkheid worden redelijke kosten voor juridische bijstand vaak door de aansprakelijke verzekeraar vergoed op grond van artikel 6:96 BW. Dat neemt niet weg dat de verzekeraar de toedracht, medische gevolgen en schadeposten kritisch kan beoordelen.
Wij helpen u verder.
Contact
U kunt ons telefonisch bereiken van maandag t/m vrijdag tussen 09:00 en 17.15 uur. Buiten deze tijden kunt u het contactformulier invullen of de chatbot gebruiken om uw casus aan te melden.
Tijdens openingstijden binnen een uur een reactie, u heeft direct duidelijkheid. Buiten kantooruren, in het weekend of rondom feestdagen, is dit direct de volgende werkdag.

