Terug naar overzicht
Marijke van Veenen Marijke van Veenen
± 0 min

Betere fietsmodellen moeten verkeersveiligheid verbeteren

Op dit moment komt de fiets nog maar heel beperkt terug in de verkeersmodellen. Zonde, want betere fietsmodellen kunnen de (fiets)verkeersveiligheid aanzienlijk verbeteren. Momenteel werken verschillende universiteiten en adviesbureaus aan oplossingen om de fiets een betere plek te geven in verkeersmodellen.

Verkeersmodellen, computermodellen, geven inzicht in verkeers- en vervoerstromen en worden gebruikt om veiligheidseffecten van verkeersmaatregelen te schatten. Een verkeersmodel houdt rekening met de interactie van voertuigen, dynamische routekeuze per voertuig en effecten van infrastructuur zoals kruispunten en rijstroken. De huidige verkeersmodellen zijn vooral gericht op het gemiddelde Nederlandse verplaatsingsgedrag op het schaalniveau van een complete regio. Omdat de ritlengte van fietsverplaatsingen veel korter is dan die van auto- en ov-verplaatsingen, is die aanpak niet langer houdbaar. Verkeersmodellen moeten daarom worden doorontwikkeld. Er is inmiddels een EU-subsidie van 2,5 miljoen euro verleend aan de TU-Delft om de grootste kennishiaten op fietsgebied en voetgangersgebied in te vullen. Verschillende universiteiten en adviesbureaus, waaronder Royal HaskoningDHV, Goudappel Coffeng en Mobycon werken aan oplossingen om de fiets een betere plek te geven in verkeersmodellen:

Waar Royal HaskoningDHV aan werkt:
>De fiets nadrukkelijker inpassen in het bestaande verkeersmodel (Aimsun)
Dit gebeurt in samenwerking met o.a. TU/e. Onderzoek van TU/e richt zich op de factoren die van invloed zijn op de routekeuze van fietsers en de factoren die bepalend zijn om te fietsen. Denk aan vragen als: wanneer moet een nieuwe verbinding worden aangelegd? In welke vorm? Via welke route heeft deze dan de meeste potentie? En wat is de toename van het aantal fietsers bij een verbetering van een bepaalde route? Factoren die een rol spelen zijn onder andere op comfort, fietsafstand, reistijd en type fietsers (gewone fietsers en e-fietsers). Op dit ogenblik wordt een enquête onder 790 fietser verwerkt om hier meer grip op te krijgen.

Waar Goudappel Coffeng aan werkt: 
1. Herziening van de globale omschrijvingen zoals 'onderwijslocaties' en 'detailhandel'.
Deze functies zullen meer gedetailleerd worden omschreven in: 'kinderdagverblijf' of 'lokaal winkelcentrum.'
2. Het beter modelleren van het fietsnetwerk zelf. Aan de hand van talloze netwerkkenmerken wordt per gebied een kwaliteitsindex opgebouwd met onderscheid naar snelste route, kortste route, comfort, minimum aantal stops voor kruispunten enzovoort.
3. Onderzoek naar de gevolgen van gedragsgerelateerde trends en maatregelen. Wat voor effecten kun je bijvoorbeeld verwachten van het aanbieden van extra stallingsplaatsen nabij het centraal station?

Waar Mobycon aan werkt:
Een fietsmodel voor Nederland, genaamd BRUTUS. Dit fietsmodel brengt herkomst- en bestemmingsgegevens van fietsers in kaart door dagboekgegevens en kansberekeningen. Op persoonsniveau worden activiteiten, de vervoerskeuze en bij de keuze voor de fiets ook de routekeuze gesimuleerd. Op basis van bevolkingskenmerken worden de individuele verplaatsingen geëxtrapoleerd naar alle bewoners in het studiegebied. Het model is getest in een pilotstudie van de Uithof. De resultaten van deze studie waren voor Bestuur Regio Utrecht (BRF) aanleiding om het op provinciaal niveau in te zetten. Binnenkort kunnen we daar meer nieuws over verwachten.Mobycon heeft zich met dit fietsmodel laten inspireren door het Finse bedrijf Strafica, dat volgens Mobycon ‘een revolutionaire kijk heeft op verkeersmodellen, sterk gebaseerd op de gebruiker en zijn kenmerken.’

Bron: o.a. Fietsberaad