Terug naar overzicht
Marijke van Veenen Marijke van Veenen
± min

‘Toch letselschade door siliconen borstimplantaten'

Siliconen borstprotheses zijn schadelijk. Veel vrouwen met deze implantaten krijgen te maken letselschade als borstpijn, vermoeidheid, gewrichtspijn en concentratie- en woordvindingsstoornissen. Dat stelt het VU medisch centrum (VUmc) na onderzoek onder tachtig vrouwen met implantaten.

Volgens het VUmc heeft het verwijderen van de implantaten in 69 procent van de gevallen tot vermindering van letselschade geleid. De siliconen borstprotheses zijn vooral schadelijk voor vrouwen met een allergie. De allergische klachten namen volgens het VUmc toe na het inbrengen van de siliconen borstprotheses. Hun overgevoeligheid voor siliconen is waarschijnlijk genetisch bepaald, aldus het VUmc. Over de klachten die ontstaan, zijn de meningen verdeeld. Sommige deskundigen zeggen dat de klachten niets te maken hebben met siliconen borstprotheses, anderen zien wel een verband. “Veel artsen en fabrikanten verwezen de klachten van deze vrouwen naar het rijk der fabelen. "Die studies waren kortdurend, maar door langer onderzoek ontdekten de onderzoekers dat bij veel vrouwen de klachten pas na tien jaar ontwikkelden," stelt internist en onderzoeker Prabath Nanayakkara van het VUmc."

Aanzienlijke afname letselschade
De PIP-implantaten (Poly Implant Prothèse) zijn al langer omstreden. Na de PIP-affaire van vorig jaar, waarbij bleek dat deze siliconen protheses ondeugdelijk waren, hebben de Nederlandse Internisten Vereniging en de Nederlandse Vereniging voor Plastische Chirurgie besloten het onderzoek naar onverklaarbare klachten in te stellen. Internist en onderzoeker Prabath Nanayakkara: "We kunnen stellen dat niet bij de meerderheid van de vrouwen, maar wel degelijk bij een behoorlijk percentage sprake is van een patroon van dezelfde niet verklaarbare klachten." Ook blijkt dat het verwijderen van de implantaten bij bijna 70 procent van de gevallen leidde tot afname van letstelschade. De resultaten verschijnen vrijdag in The Netherlands Journal of Medicine.