Terug naar overzicht
Marijke van Veenen Marijke van Veenen
± min

1 op de 5 mensen heeft na ernstig ongeval blijvend letsel

Ongeveer 1 op de 5 mensen die ernstig letsel oplopen bij een verkeersongeval, houdt hier blijvende beperkingen aan over. Dit blijkt uit het rapport Lasten van verkeersletsel ontleed van SWOV (Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid).

Negen maanden na het ongeval gaf ongeveer 60% van de uit het ziekenhuis ontslagen respondenten aan nog steeds hinder van het letsel te ondervinden. Volgens een omvangrijke studie in Frankrijk komen beperkingen nog meer voor. Zes maanden na het ongeval rapporteerde 68% van de slachtoffers die op de Spoedeisende hulp behandeld was dat hun gezondheid nog niet op het niveau van voor het ongeval was. Pijn en problemen met het uitvoeren van dagelijkse activiteiten worden het meest genoemd.

Bijna 20% geeft aan dat het letsel de stemming beïnvloedt. Naast lichamelijke en psychische problemen, noemt de literatuur ook sociale, financiële en juridische consequenties van verkeersongevallen.

Voetgangers en slachtoffers onder gemotoriseerde tweewielers blijken ernstiger klachten over te houden aan ongevallen dan fietsers en automobilisten. Bij auto-inzittenden valt daarbij op dat de nek het vaakst genoemd wordt als lichaamsdeel waaraan men hinder ondervindt.

Meest voorkomende letsels

Het grootste deel van de ernstig verkeersgewonden (70% in 2009) kampt met letsel op het gebied van fracturen van bovenarmen of -benen en hersenschuddingen. Circa 20% van de ernstig verkeersgewonden heeft letsel in de vorm van een fractuur van onderarm of onderbeen, of om een nekfractuur. De overige 10% van de ernstig verkeersgewonden heeft last van hersenletsel, schedelfracturen en inwendig letsel in het bovenlichaam. De aard van het letsel en de plaats op het lichaam verschilt uiteraard voor verschillende groepen slachtoffers.

Letsel naar type vervoerswijze

  • Voetgangers hebben naast hoofdletsel relatief vaak letsel aan de onderbenen.
  • Fietsers lopen bij ongevallen zónder motorvoertuigen relatief vaak heup- of bovenbeenletsel op, terwijl fietsers die gewond raken bij ongevallen mét motorvoertuigen relatief vaak (ook vaker dan andere vervoerswijzen) hoofdletsel oplopen.
  • Brom- en snorfietsers en motorrijders hebben relatief vaak onderbeenletsel en hebben daarnaast veel vaker dan motorrijders hoofdletsel.
  • Auto-inzittenden hebben naast hoofdletsel ook relatief vaak buikletsel.

Letsel naar leeftijd en geslacht

  • Jongeren hebben vooral hoofdletsel en letsel aan het onderbeen.
  • 60-plussers kampen vooral met heup- en bovenbeenletsels. Dit verschil is het sterkst bij fietsongevallen zonder motorvoertuigen. Bij deze ongevallen hebben volwassen vrouwen iets vaker letsel aan onderbeen en onderarm dan mannen, hetgeen kan samenhangen met het verschil tussen heren- en damesfietsen.

Tips om letsel te voorkomen

Uit het onderzoek blijkt dat kinderen in een auto bij een ongeval relatief vaak hoofdletsel oplopen. Zij-airbags achterin de auto zouden deze vormen van letsel mogelijk kunnen terugdringen.

Voetgangers hebben juist relatief vaak last van onderbeenletsel, oudere fietsers van heupletsel en jongere fietsers van hoofdletsel. Maatregelen die deze letsels mogelijk voorkomen zijn: valtraining, het dragen van een valbroek en een fietshelm.