Terug naar overzicht
Marijke van Veenen Marijke van Veenen
± min

Aangeboden Arbobalans aan Tweede Kamer door minister Donner

6 april 2010 - Bij veel bedrijfsongevallen ontstaat letsel schade. Daarom zijn de Arbeidsomstandigheden van wezenlijk belang voor letselschade slachtoffers.

Nr. 167 Brief van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Hierbij bied ik u de Arbobalans 2009 aan. 1) De Arbobalans omvat een overzicht van de stand van zaken en de ontwikkeling van de arbeidsomstandigheden in Nederland. Zij is een belangrijke informatiebron op het gebied van arbeidsomstandigheden en gezondheid voor werkgevers- en werknemersorganisaties, sectororganisaties, arbodienstverleners en andere arbodeskundigen. De Arbobalans wordt jaarlijks door TNO samengesteld met steun van het ministerie. Aan de orde komen de blootstelling van werknemers aan arbeidsrisico’s, de gevolgen daarvan in termen van klachten, (beroeps)ziekten, ongevallen, verzuim en arbeidsongeschiktheid, en de door bedrijven getroffen maatregelen. Dit jaar wordt bijzondere aandacht besteed aan de kwaliteit van de arbeid van oudere werknemers, hun bereidheid en vermogen dóór te werken tot het 65e levensjaar, en de maatregelen die werkgevers in dat verband treffen.

De Arbobalans steunt op verschillende bronnen, zoals de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) 2008 van TNO/CBS, de werkgeversenquête Arbeid 2008 van TNO, de monitor ‘Arbo in
bedrijf’ 2008 van de Arbeidsinspectie, de Monitor Arbeidsongevallen in Nederland 2007 van TNO en Stichting Consument en Veiligheid, het rapport ‘Beroepsziekten in cijfers 2009’ van het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (NCvB) en het door mijn departement recent uitgevoerde onderzoek naar afspraken in cao’s over preventie en verzuim en over langer doorwerken. Al deze rapporten zijn te vinden op de website van het ministerie, danwel op de sites van de betrokken instituten.

Bevindingen
De grote meerderheid van de Nederlandse werknemers (85-90%) geeft aan een goede tot uitstekende gezondheid te hebben. Het aantal werknemers met een chronische aandoening is stabiel en het
percentage werknemers met bewegingsapparaatklachten is dalende.
Het gemiddelde ziekteverzuimpercentage ligt op 4%. De gemiddelde verzuimduur is in de afgelopen jaren met ruim een halve dag gedaald van bijna 7 dagen in 2005/2006 naar ruim 6 dagen in 2008. De door werknemers meest genoemde reden voor verzuim is griep of verkoudheid, maar door de kortdurendheid daarvan is de invloed ervan op het verzuimpercentage niet zo groot. Psychische klachten zijn in dat opzicht belangrijker: deze klachten veroorzaken eenvijfde van alle verzuimdagen.

Van de verzuimende werknemers meent 22% dat de klachten die tot dat verzuim leidden geheel of deels met het werk te maken hadden. Deze werknemers verzuimen zowel vaker als langer dan werknemers die hun verzuimklachten niet relateren aan het werk. Van het langerdurend verzuim (>65 dagen) wordt de helft geheel of gedeeltelijk toegeschreven aan het werk. Langdurig verzuim vanwege psychische klachten, conflicten op het werk en klachten aan de bovenste ledematen wordt vaak als
werkgerelateerd aangeduid.

De kwaliteit van de arbeid is al jaren stabiel; alleen de belasting door beeldschermwerk neemt door de jaren heen iets toe. De Arbobalans geeft per arbeidsrisico een top-10 van daaraan blootgestelde beroepsgroepen, en per effectmaat (verzuim, klachten) een top-10 van sectoren. Ook wordt beschreven wat bedrijven aan maatregelen treffen, en wat op dat punt de behoeften van werknemers zijn. Deze gegevens zijn van groot belang voor de inrichting van sectoraal- en bedrijfsbeleid inzake duurzame inzetbaarheid. Werknemers met een lagere kwaliteit van de arbeid zijn minder tevreden met het werk en achten zich ook minder in staat dóór te werken tot 65 jaar dan andere. Het aantal oudere werknemers (45-plus) dat dóór wil werken tot aan het 65e levensjaar is in de periode 2005-2008 toegenomen van 21 naar 36%, en het aandeel ouderen dat dat ook zegt te kúnnen in de huidige functie steeg van 41 naar 50%. Het niet kúnnen doorwerken wordt voorspeld door de
gezondheid, zwaar werk, hoge taakeisen en weinig steun van de leidinggevende; opvallende arbeidsgerelateerde aspecten van het niet wíllen doorwerken zijn burn-out-klachten en ongewenste omgangsvormen (intimidatie, pesten).

Van de werkgevers vindt (in 2008) één op de vijf het voor de personeelsbezetting van belang dat werknemers doorwerken tot 65. Iets meer dan de helft van de werkgevers treft voorzieningen om oudere werknemers te ontzien, vooral in de sfeer van meer vrije tijd (extra vrije dagen, kortere werkweek, en dergelijke). Vergeleken met 2006 werden er in 2008 in cao’s meer afspraken gemaakt over levensfasebewust personeelsbeleid.

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.P.H. Donner
1) Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt van de Tweede Kamer der Staten-Generaal