Terug naar overzicht
Marijke van Veenen Marijke van Veenen
± min

AWBZ ontwikkelingen zijn negatief voor letsel branche

Zoals al landelijk bekend is, voert het kabinet hervormingen (lees: bezuinigingen) door om, zoals zij zegt, de zorg toegankelijk te houden voor degenen die daar noodgedwongen een beroep op moeten doen. De zorg moet van een goede kwaliteit zijn, c.q. blijven en het moet betaalbaar blijven c.q. worden. De overheid neemt derhalve maatregelen om er voor te zorgen dat mensen langer thuis kunnen blijven wonen en zodoende de zorg thuis krijgen. Dit resulteert er in dat de AWBZ (Algemene wet bijzondere ziektekosten) met ingang van 2015 via de gemeenten of de zorgverzekeraar wordt uitgevoerd.

Kort samengevat komen de wijzigingen in de AWBZ op het volgende neer:

* De gemeenten worden verantwoordenlijk voor de zorg aan huis
* De zorgverzekeraars worden verantwoordelijk voor de medische zorg aan huis
* De Rijksoverheid wordt verantwoordelijk voor de langdurige zorg aan huis

Het lijkt allemaal heel mooi te zijn, want de PGB (Persoonsgebonden Budgetten zouden omhoog gaan. Maar het het kabinet haast zich nog om te zeggen dat ook de eigen bijdragen fors omhoog gaan. U kunt de gedetaillerde informatie terugvinden op de site van de Rijksoverheid via deze link.

Welke invloed heeft deze ontwikkeling nu op de letselschade branche en op letsel slachtoffers die geconfronteerd worden met een noodzaak tot hulp?

Het is bekend dat een indicatie voor huishoudelijke hulp kan worden aangevraagd bij gemeenten. Een aansprakelijke verzekeraar hecht vrijwel geen waarde aan deze indicatie voor een letsel slachtoffer omdat deze indicatie naar haar mening vaak uitsluitend geschiedt op basis van de anamnese van het letsel slachtoffer. Uitsluitend als zij er gebruik van kunnen maken om het slachtoffer tegen te werken, zal zij zich hierop willen beroepen.

De hulp kan vrijwel nooit door gemeenten worden geboden. Indien een gemeente weet dat er sprake is van een aansprakelijke verzekeraar, zal zij niet snel de hulp bieden middels de haar geeigende kanalen. Hulp moet dan gezocht worden via professionele bureaus of zelfs schoonmaakbedrijven, of middels hulp via familieleden en vrienden en of kennissen. De discussie die een letsel sclachtoffer dan weer moet voeren is dat hij/zij dit familielid vrijwel altijd, in de ogen van de aansprakelijke verzekeraar, te veel (in beginsel 'zwart') betaalt. Een uurtarief voor een huishoudelijke hulp ligt landelijk (zwart betaald) op €12,50 tot €17,50 per uur. Verzekeraars proberen hier vaak van af te wijken in negatieve zin, maar de rechters kiezen op dat vlak vaak de kant van het letsel slachtoffer.

Gemeenten zullen vanaf 2015 dus ook het mes moeten zetten in de zorg aan huis, waar men doelt op huishoudelijk hulp. Dit lijkt wellicht een voorbarige conclusie, maar als we nu al moeten constateren dat veel gemeenten de spreekwoordelijke broek niet kunnen ophouden op dit vlak, behoeft het geen betoog dat het een reële verwachting is dat de financiële situatie vanaf 2015 niet veel beter zal zijn.

De nieuwe AWBZ perikelen zorgen dus voor meer discussie met verzekeraars, daar waar letsel slachtoffers juist meer aangewezen zullen zijn op hulp van naasten en daarvoor een vergoeding zullen moeten bieden.

Wij zullen de ontwikkelingen volgen en zodra daarover meer bekend wordt dit op deze site publiceren.