Terug naar overzicht
Marijke van Veenen Marijke van Veenen
± min

Daling van verkeersdoden houdt geen gelijke tred met aantal letselschade slachtoffers

Het aantal verkeersdoden daalt in Nederland, en in veel andere sterk gemotoriseerde landen, al jaren gestaag. Het aantal ernstige letselschade slachtoffers in Nederland houdt daarmee echter geen gelijke tred.

De SWOV heeft onderzocht waar dit verschil door verklaard zou kunnen worden. De volgende onderzoeksvragen stonden hierbij centraal:
1. Treden er soortgelijke ontwikkelingen op in het buitenland?
2. Welke groepen weggebruikers vertonen de laatste jaren een afwijkende ontwikkeling van het aantal ernstige letselschade slachtoffers?
3. Welke verklaringen zijn daarvoor?

Met een afwijkende ontwikkeling van het aantal ernstige letselschade slachtoffers in de tweede onderzoeksvraag wordt een afwijking ten opzichte van de ontwikkeling van het aantal verkeersdoden bedoeld. Dit kan een geringe daling zijn, een stagnerende daling of zelfs een stijging van het aantal ernstige letselschade slachtoffers. Het antwoord op de eerste vraag is positief: de kwestie van uiteenlopende ontwikkelingen speelt in meer landen. Er blijken echter nog nauwelijks studies uitgevoerd te zijn naar verklaringen hiervoor. Een literatuurscan heeft niets opgeleverd en uit een consultatie van Europese zusterinstituten zijn ook weinig tot geen relevante publicaties beschikbaar gekomen.

Alleen in Duitsland is er onderzoek verricht, wat tot de conclusie heeft geleid dat de toename in de hoogste ernstcategorie vooral een verschuiving vanuit het afnemende aantal verkeersdoden is geweest. Om de tweede vraag te beantwoorden is de ontwikkeling van het aantal verkeersdoden en het aantal ernstige letselschade slachtoffers binnen verschillende groepen weggebruikers apart bestudeerd. Er is voor gekozen om groepen te onderscheiden naar vervoerswijze en leeftijd, maar andere groepen zouden ook mogelijk zijn geweest. Vooral een uitsplitsing naar wegcategorieën is interessant, maar daarvoor ontbreken de gegevens. Met de huidige aanpak, blijkt het verschil in ontwikkeling van verkeersdoden en ernstige letselschade slachtoffers het meest opvallend voor de volgende groepen verkeersdeelnemers:
− voetgangers ouder dan 60 jaar;
− fietsers ouder dan 25 jaar, in motorvoertuigongevallen;
− brom- en snorfietsers van 12-60 jaar;
− motorrijders van 40 jaar en ouder;
− auto-inzittenden.

Vervolgens zijn hypothesen opgesteld voor de mogelijke verklaringen voor die verschillen in ontwikkeling. Dit is gebeurd in een SWOV-brede bijeenkomst. Deze hypothesen zijn zo veel mogelijk getoetst door aanvullende informatie te zoeken. Een algemene verklaring die voor een aantal van deze groepen lijkt te gelden is de invoering van Zones 30 en Zones 60. Hierdoor vindt een deel van de botsingen tussen verkeers-deelnemers plaats bij lagere snelheden dan voorheen. Dit leidt tot een snellere daling van het aantal verkeersdoden dan van het aantal ernstige letselschade slachtoffers. Het veiliger inrichten van kruispunten, zoals ombouwen tot rotondes, heeft hetzelfde effect.

Verklaringen kunnen behalve in de infrastructuur ook in secundaire veiligheidsvoorzieningen van voertuigen gevonden worden. Dergelijke voorzieningen zijn niet bedoeld om ongevallen te voorkomen, maar om de ernst van het letsel / letselschade in geval van een ongeval te beperken. Het toenemende gebruik van kinderzitjes kan bijvoorbeeld het geconstateerde extra verschil in ontwikkeling tussen verkeersdoden en ernstige letselschade slachtoffers onder 0-11-jarige auto-inzittenden verklaren. Bij motorrijders zou ABS een rol kunnen spelen. Steeds meer motoren zijn hiermee uitgerust, waardoor een steeds groter aandeel van de valpartijen van motorrijders bij lagere snelheid plaatsvindt.

Het aantal ernstige letselschade slachtoffers onder fietsers in ongevallen zonder betrokkenheid van een motorvoertuig stijgt al sinds begin jaren negentig. In dit soort ongevallen komen echter nauwelijks fietsers om het leven, waardoor we geen vergelijking kunnen maken met de ontwikkeling in het aantal verkeersdoden. Voor het toegenomen aantal ernstige letselschade slachtoffers onder deze groep fietsers zijn de volgende mogelijke verklaringen gevonden:
− Er wordt meer gefietst en dan voornamelijk door ouderen.
− Door een toename van het gebruik van elektrische en racefietsen ligt de fietssnelheid hoger.
− Fietspaden worden steeds drukker door toenemend fietsgebruik.
− De kwaliteit van fietspaden laat nogal eens te wensen over.
− Een toenemend gebruik van apparatuur op de fiets.
− Een toename van fietsen onder invloed van drugs of alcohol.

Er zijn ook enkele mogelijke verklaringen gevonden binnen de medische wereld. Verbeteringen in de medische zorg leiden tot minder ernstige letselschade gevolgen en zullen bijgedragen hebben aan de daling van het aantal verkeersdoden in Nederland. Deze ontwikkelingen kunnen er ook toe geleid hebben dat mensen die vroeger op straat overleden, nu zwaargewond naar het ziekenhuis worden gebracht, en mensen die vroeger als ernstig letselschade slachtoffer werden beschouwd nu als lichter gewond beschouwd worden. Hiermee wordt echter in het vaststellen van het aantal ernstige letselschade slachtoffers in Nederland geen rekening gehouden, omdat de indeling in letselernst gebruikmaakt van coderingen uit 1990. Daardoor worden letselschade slachtoffers die twintig jaar geleden als ernstige letselschade slachtoffers werden beschouwd, nu nog steeds als ernstig gewond beschouwd. Daarentegen worden er steeds minder mensen onterecht naar huis gestuurd, omdat (inwendig) letsel door betere diagnosemethoden steeds beter wordt herkend. Ten slotte zou ook een verbeterde ziekenhuisregistratie (mede als gevolg van elektronische patiëntendossiers) een rol gespeeld kunnen hebben, maar het is met de bij de SWOV beschikbare bestanden niet vast te stellen of en in welke mate dit het geval geweest is.

Kortom, betere medische zorg leidt wel tot een verlaging van het aantal verkeersdoden en ook wel tot vermindering van de gevolgen van dat ernstige letsel, maar dit laatste zien we niet geheel terug in het aantal ernstige letselschade slachtoffers zoals we dat in Nederland vaststellen.

Bron: SWOV-rapport R-2012-9