Terug naar overzicht
Marijke van Veenen Marijke van Veenen
± min

Goede resultaten met armtherapie na letselschade door beroerte

De armfunctie van letselschade slachtoffers kan na een beroerte sterk verbeteren door de inzet van training. Dit blijkt uit het proefschrift van bewegingswetenschapper Lex van Delden (VU). 

Van Delden onderzocht bij letselschade slachtoffers 1 tot 6 maanden na de beroerte welke therapie het gunstigste effect had op herstel van de armfunctie. Na zes weken trainen leidden drie onderzochte interventies (eenzijdige, tweezijdige of traditionele therapie) allemaal tot een significante verbetering van armfunctie. Een belangrijke bevinding voor bijna de helft van de mensen die hun arm zes maanden na een beroerte niet kan gebruiken bij dagelijkse activiteiten.
In Nederland krijgen jaarlijks meer dan 41 duizend mensen een beroerte. Bij ongeveer 80% van de overlevenden is de arm gedeeltelijk verlamd en 30 tot 66% kan deze arm na zes maanden als gevolg van letselschade niet gebruiken bij dagelijkse activiteiten.

Eenzijdig en tweezijdig trainen
Er zijn twee ontwikkelingen in de armtherapie. Enerzijds zijn dat  eenzijdige trainingsvormen waarbij de onvolledig verlamde arm intensief wordt getraind, terwijl gebruik van de niet-verlamde arm wordt beperkt. Anderzijds zijn er tweezijdige trainingsvormen, die ervan uitgaan dat de functie van de verlamde arm kan worden verbeterd door gelijkstijdige bewegingen met de niet-verlamde arm. Van Delden vond geen statistisch significante verschillen in de mate van verbetering tussen de drie interventiegroepen. Zijn resultaten wijzen erop dat eenzijdig en tweezijdig trainen, indien beide interventies van gelijke dosering zijn, even effectief zijn, maar niet effectiever dan de traditionele therapie. Deze uitkomst komt overeen met het resultaat van eerdere studies bij mensen 0 tot 4 weken na de beroerte en 1 tot 6 maanden na de beroerte, waarin eenzijdig en tweezijdig trainen werd vergeleken.

Beter aansluiten bij de patiënt
Fysiotherapeuten en ergotherapeuten moeten een keuze maken welke interventie het best aansluit bij de patiënt. Voor herstel van de armfunctie hebben zij een sterke voorkeur voor het eenzijdig trainen. Echter, wanneer andere interventies, zoals tweezijdig trainen en traditionele therapie, met een gelijke intensiteit een even groot effect hebben, kan de therapeut uit meer interventies kiezen en kan hij beter aansluiten bij de wensen van de patiënt met letselschade.