Terug naar overzicht
Marijke van Veenen Marijke van Veenen
± min

ZZP-er kan wel onder de beschermde werking van artikel 7:658 BW vallen!

Arrest Hoge Raad d.d. 23 maart 2012:

Op 8 februari 2005 verrichtte een ZZP-er (Zelfstandige Zonder Personeel) in opdracht van en onder supervisie van een onderaannemer, een Nederlands bedrijf, werkzaamheden aan een vezelverwerkingsmachine. In de uitoefening van die werkzaamheden is deze man een ernstig ongeval overkomen als gevolg waarvan zijn rechterbeen boven de knie is geamputeerd. Hij kon geen beroep doen op een eventuele arbeidsongeschiktheidsverzekering, omdat hij een dergelijke verzekering niet had afgesloten.

Van het artikel 7:658 BW gaat voor werknemers een beschermende werking uit ten opzichte van de werkomstandigheden waarin men zich moet begeven of begeeft. De werkgever moet er voor zorgen dat een werknemer te allen tijde zijn werkzaamheden veilig kan verrichten en daarbij geen letsel oploopt. Een werkgever dient bij letsel al snel de hieruit voortvloeiende letselschade te vergoeden. De strekking van dit artikel tendeert aan risicoaansprakelijkheid jegens de werkgevers.

De rechtbank oordeelde in haar eindvonnis dat tussen de ZZP-er en het bedrijf waarvoor hij werkte een overeenkomst van (onder)aanneming van werk is tot stand gekomen die ertoe strekte dat de ZZP-er voor rekening en risico van het bedrijf (reparatie)werkzaamheden zou verrichten aan de vezelverwerkingsmachine. Vervolgens heeft de rechtbank beoordeeld of de werkzaamheden van de ZZP-er zijn verricht in de uitoefening van het bedrijf als bedoeld in art. 7:658 lid 4 BW. Volgens de rechtbank was hiervan geen sprake, nu niet kan worden aangenomen dat het (laten) uitvoeren van (reparatie)werkzaamheden aan machines bij derden tot de normale bedrijfsuitoefening van het bedrijf behoorde. De rechtbank heeft de vorderingen van de ZZP-er afgewezen.

Het hof heeft, zoals dat heet, het vonnis van de rechtbank bekrachtigd. Het is bij zijn beoordeling ervan uitgegaan dat de ZZP-er de werkzaamheden als (onder)aannemer in opdracht van het, dus niet als werknemer van het bedrijf, heeft verricht. Het hof oordeelde dat de ZZP-er zich niet kan beroepen op art. 7:658 lid 4 BW, omdat hij geen werknemer was.

Het is de vraag of een zelfstandig ondernemer (als ZZP-er) kan worden aangemerkt als "een persoon" als bedoeld in art. 7:658 lid 4 BW. Uit de wetsgeschiedenis alsmede uit de plaatsing van de bepaling in titel 10 van boek 7 lijkt te volgen dat de wetgever bescherming heeft willen bieden aan werknemers, niet ook aan zelfstandigen. Verdedigd kan worden dat van zelfstandigen (zoals eenmanszaken, zzp'ers) mag worden verwacht dat zij zichzelf naar behoren verzekeren tegen de gevolgen van arbeidsongevallen. Men kan echter tegenwerpen dat er geen goede grond is kleine zelfstandigen een beroep op de bepaling te onthouden, temeer nu zij (zoals in dit geval voor de ZZP-er geldt) niet altijd over een behoorlijke verzekering tegen risico's van arbeidsongevallen beschikken.

Aldus de Hoge Raad heeft het hof miskend dat ook arbeidskrachten die, anders dan op basis van een arbeidsovereenkomst met die onderneming, arbeid verrichten voor een onderneming die zich (mede) toelegt op het (op locatie) verrichten van werkzaamheden voor derden, wel degelijk onder het bereik van art. 7:658 lid 4 BW kunnen vallen. In dat geval bestaat het "bedrijf" in de uitoefening waarvan de betreffende arbeidskracht is ingeschakeld, mede uit het op locatie verrichten van werkzaamheden. Zo zal bijvoorbeeld een schilder die door een uitzendbureau wordt uitgezonden naar een schildersbedrijf dat hem bij een van zijn opdrachtgevers schilderwerkzaamheden laat verrichten, zich zonder meer jegens het schildersbedrijf kunnen beroepen op art. 7:658 lid 4 BW, wanneer hem tijdens het werk een ongeval overkomt. Indien het hof dit niet heeft miskend is zijn oordeel onvoldoende gemotiveerd, nu het hof geen kenbare aandacht heeft besteed aan de stelling dat één van de bedrijfsactiviteiten van het bedrijf nu juist bestond uit het voor derden op locatie verrichten van reparatiewerkzaamheden.

Met andere woorden, er rust wel degelijk werkgeversaansprakelijkheid op bedrijven, voor personen die buiten een dienstbetrekking voor een bedrijf en onder diens toezicht werkzaamheden verrichten in uitoefening van diens beroep of bedrijf. Art. 7:658 lid 4 BW geeft dus een zorgplicht mee voor een bedrijf voor personen (ZZP-ers) die voor hun veiligheid afhankelijk zijn van degene voor wie zij de werkzaamheden verrichten; bezien in de beroeps- of bedrijfsuitoefening van de opdrachtgever.

Volledig arrest: LJN: BV0616, Hoge Raad, 10/05217; d.d. 23 maart 2012