Terug naar overzicht
Marijke van Veenen Marijke van Veenen
± min

Letselschade slachtoffers verliezen WMO voorziening; let goed op bij onderhandeling met aansprakelijke verzekeraars!

Op 19 juni j.l. heeft de Centrale Raad van Beroep een opmerkelijke uitspraak gedaan die ingrijpende gevolgen kan hebben voor personen die als gevolg van bijvoorbeeld een ongeval of medische fout ziek en/of arbeidsongeschikt zijn geworden.

Het kwam er in die zaak op neer, dat het slachtoffer bij de vordering tot schade de kosten van de WMO voorzieningen bij de aansprakelijke verzekeraar diende te claimen.

De uitspraak:
Kern van deze uitspraak is de overweging dat de Raad meent, dat de artikelen 2 en 4 van de WMO stellen, dat sprake moet zijn van een noodzaak tot ondersteuning, wil een aanvrager (lees slachtoffer) voor een voorziening in aanmerking kunnen komen. Zoals de Raad al vaker heeft overwogen (CRvB 21 mei 2012, LJN: BW6810) speelt in de WMO de eigen verantwoordelijkheid van burgers een grote rol. De Raad baseert zich hiervoor op de parlementaire geschiedenis, meer in het bijzonder op de memorie van toelichting (Tweede Kamer, 2004-2005, 30 131, nr. 3). Daarin heeft de regering onder meer verwoord dat gemeenten kunnen zorg dragen voor een goed samenhangend stelsel van ondersteuning van burgers die niet goed in staat zijn in bepaalde situaties zelf of samen met anderen oplossingen te realiseren. Voor die gevallen die door de burgers onmogelijk zelf kunnen worden geregeld, behoort de overheid verantwoordelijkheid te nemen.

Vervolgens meent de Raad, dat het in het midden kan worden gelaten of de in geding gebrachte stukken over de letselschadevergoeding uitsluitsel geven over de vraag of in deze vergoeding ook een bedrag voor de lift is begrepen. Ook uitgaande van de stelling van het slachtoffer dat in het letselschadebedrag geen vergoeding van de lift is begrepen, is er gelet op wat ten aanzien van de eigen verantwoordelijkheid is overwogen voor het college namelijk geen noodzaak tot ondersteuning. Het slachtoffer had in de omstandigheden van dit geval immers mogelijkheden om zelf voor een oplossing te zorgen. Het had op zijn weg gelegen om de kosten die gemoeid zijn met het aanpassen van zijn woning in het letselschadebedrag te verdisconteren. Dat dit, zoals het slachtoffer heeft gesteld, bij de onderhandelingen met Delta Lloyd geen onderwerp van gesprek is geweest, omdat het slachtoffer een aanvraag voor deze woningaanpassing bij het college had ingediend, maakt dit gezien de eigen verantwoordelijkheid van het slachtoffer voor het naar vermogen zelf regelen van een oplossing voor de noodzakelijke woningaanpassing niet anders.

De voorlopige conclusies uit deze uitspraak:
Iedere ingezetene van ons land betaalt premies die onder andere bedoeld zijn tot financiering van de WMO die door de gemeenten wordt uitgevoerd.

Een letselschade slachtoffer van een ongeval -waarvoor een derde aansprakelijk is- of medische fout moet volgens de Raad echter aankloppen bij de aansprakelijke verzekeraar en mogelijk lang wachten op zijn vergoedingen, terwijl een gemeente gehouden is om een aanvraag binnen vastgestelde termijnen af te handelen. Zijn buurman die vervolgens niet als gevolg van een ongeval of medische fout -maar mogelijk zelfs door eigen schuld- ziek of arbeidsongeschikt is geworden wordt hiermee niet geconfronteerd en kan in principe gewoon recht hebben op voorzieningen via de WMO. Beslist de gemeente niet op tijd op de aanvraag dan heeft deze buurman zelfs ook nog eens een dwangmiddel middels de Wet Dwangsom. Hoe e.e.a. verder op te lossen bij bijvoorbeeld een deelschuld wordt uit deze uitspraak niet duidelijk.

Al met al wordt het voor een letselschade slachtoffer er met deze uitspraak niet eenvoudiger op gemaakt. Vaak is deze persoon gebaat bij een snelle aanpassing van onder andere de woning of levering van een bepaalde voorziening zoals een rolstoel.

Zie voor een andere door de Raad gekozen richting het artikel van mr. H.W.C. van Wees NN, PIV Bulletin oktober 2007.

Nieuwe juridische aanhangig gemaakte WMO procedures zullen duidelijk moeten gaan maken of deze uitspraak integraal stand houdt. Het is al vaker voorgekomen dat de Raad terug komt op een eenmaal ingeslagen weg.