Terug naar overzicht
Marijke van Veenen Marijke van Veenen
± min

Letselschade vergoedingen worden aangemerkt als 'vermogen'.

De Letselschade Raad vindt het onacceptabel dat letselschadevergoedingen vanaf 1 januari worden aangemerkt als vermogen bij het bepalen van de eigen bijdrage voor de AWBZ. De raad wijst op de negatieve inkomensgevolgen voor slachtoffers en stelt ook dat de bijtelling de schadeafhandeling kan bemoeilijken.

Bij de vaststelling van schadevergoedingen wordt tot nu toe geen rekening gehouden met een vermogensinkomensbijtelling. Dat slachtoffers de schadevergoeding moeten inzetten voor de verhoogde bijdrage AWBZ vindt De Letselschade Raad een aantasting van de rechtszekerheid. "Een letselschadevergoeding is gebaseerd op iemands beperkingen door een ongeval en de effecten daarvan op de verdiencapaciteit, de mate van zelfredzaamheid en het toekomstperspectief", aldus de raad. "Doordat slachtoffers de schadevergoeding moeten aanspreken om de verhoogde eigen bijdrage te betalen, is er geen sprake meer van een vergoeding van de werkelijk geleden schade. Voor mensen die zwaar gehandicapt raakten bij een ongeval, vormt de schadevergoeding de buffer tussen een leven óp of zelfs beneden het sociaal minimum. Aantasting van deze zekerheid is onacceptabel."

Als de bijtelling voortaan wordt meegenomen bij de berekening van de schadevergoeding leidt dit er volgens de raad toe dat de hoogte van de claims stijgt waardoor de behandeling van letselschade wordt bemoeilijkt. "Belangenbehartigers zullen voortaan een voorbehoud in de vaststellingsovereenkomst willen opnemen, zodat slachtoffers de verzekeraar kunnen aanspreken als hun financiële situatie verslechtert bij toekomstige beleidswijzigingen. Een dergelijk voorbehoud maakt van de schadeafwikkeling een open einderegeling, wat onzekerheid geeft voor verzekeraars en wat slachtoffers belemmert bij de verwerking van het ongeval."

Download hier het PERSBERICHT.